Alumnus Rolf Verbeek studeerde zowel hoorn als HaFaBra Directie aan het Prins Claus Conservatorium, maar maakte de switch naar orkestdirectie. In 2022 won hij de prestigieuze dirigentenbeurs van het Kersjesfonds vanwege zijn heldere en communicatieve stijl. Hij is vaste gastdirigent van Camerata RCO — het ensemble van musici van het Koninklijk Concertgebouworkest — én artistiek leider van Kamerorkest Somer, het orkest voor young professionals uit Assen. Hij werkt als freelance dirigent met orkesten in binnen- en buitenland en in 2026 was hij coach in het populaire tv-programma Maestro van AVROTROS.
Rolf Verbeek, Dirigent HaFaBra: Op het podium ontstaat de magie
Friese roots en vroege fascinatie
Rolf groeit op in een klein dorpje in Friesland, vlak bij Drachten. Thuis draait veel om blaasmuziek: zijn ouders zijn actief in de amateurmuziek en nemen hun kinderen mee in dat wereldje. Zo gaan Rolf en zijn broer al vroeg op muziekles, Rolf speelt hoorn en broer Niels – die ook aan het Prins Claus Conservatorium studeerde - slagwerk.
Al vroeg weet Rolf dat hij dirigent wil worden: “Ik weet eigenlijk niet goed waar die fascinatie vandaan komt, maar mijn moeder vertelde dat ik als kind al stond te zwaaien met een breipen." Op zijn vijftiende reist Rolf elke maandagmiddag na school naar Groningen voor lessen in de Vooropleiding. Eerst voor directie, later komt daar de hoorn bij. Hij kijkt enorm op tegen de oudere directiestudenten die hij ontmoet: “Dat waren jongens die supergoed waren. Ik mocht dan mee op stage en ook een koraaltje dirigeren — geweldig vond ik dat.”
In diezelfde periode speelt hij als hoornist in het Jeugdorkest Nederland met Jurjen Hempel op de bok. Daar speelt hij voor het eerst groot symfonisch repertoire zoals Symphonie Fantastique en Schilderijententoonstelling. “Toen ging echt een wereld voor me open. Met allemaal gelijkgestemden in zo’n groot orkest. Ik dacht: ja, dit wil ik.”
Studietijd
Na zijn VWO-examen begint hij met de bacheloropleidingen HaFaBra-directie en hoorn. Zijn talent wordt verder aangescherpt door Groningse docenten Frank Brouns (hoorn) en Tijmen Botma (directie). “Frank is een muzikale docent met het hart op de tong, Tijmen kan slagtechniek feilloos uitleggen en beide doen dat met zoveel liefde en passie. Dat gaf me een soort ontspanning waardoor ik nooit bang was om nieuwe dingen te proberen.”
Na Groningen volgt Den Haag, later Tilburg. Hij studeert hoorn én orkestdirectie. Na zijn afstuderen blijft hij beide disciplines combineren. Hij speelt als remplaçant in diverse orkesten, dirigeert harmonieorkesten en werkt ondertussen aan zijn droom: hij zit bij repetities van Yannick Nézet-Séguin, kijkt mee bij het Radio Filharmonisch Orkest – waar Frans-Aert Burghgraef, ook alumnus van PCC dan assistent is - en reist naar Berlijn om Kirill Petrenko te zien werken. En hij wordt gevraagd om Camerata RCO te dirigeren.
De ontmoeting die alles verandert: Barbara Hannigan
Het keerpunt komt wanneer hij contact zoekt met de wereldberoemde zangeres en dirigent Barbara Hannigan. “Ik wilde heel graag kijken bij haar repetities. Ik vind dat altijd superleerzaam en inspirerend.” Tot zijn verbazing reageert ze vrijwel meteen en nodigt hem uit om bij repetities in Amsterdam te komen kijken waar ze werkt aan Stravinsky’s opera The Rake’s Progress met het Ludwig Orkest.
Een paar dagen voor die repetitie stuurt hij haar nog een korte reminder. Binnen een minuut krijgt hij antwoord: haar assistent heeft afgezegd. Of hij de partituur heeft en kan inspringen. Rolf zegt toe en gaat vervolgens in paniek op zoek naar de partituur. “Ik woonde destijds nog in Groningen maar hier op school en bij het NNO hadden ze die partituur niet. Dus ben ik halsoverkop naar Rotterdam gereisd om hem op te halen. En toen heb ik twee nachten gestudeerd om die opera onder de knie te krijgen.”
Hannigan vraagt hem mee naar een concert in Brussel omdat ze graag feedback krijgt vanuit de zaal. “Ik had zelf een concert dat weekend en ik heb toen een andere hoornist gevraagd om mij te vervangen. Want natuurlijk wilde ik graag mee." Nog geen maand later stelt ze de vraag die zijn leven verandert: of hij zes weken met haar mee wil op tournee. Het blijkt het begin van een intensieve samenwerking. Hannigan neemt hem mee op tournees door Europa en Amerika. Hij leert er meer dan hij ooit had kunnen voorzien: over moderne muziek, over interpretatie en het zoeken naar de essentie achter de noten. “Zij heeft mij geleerd om voorbij het technische te kijken. Om een verhaal te bedenken, een innerlijke wereld te creëren. Ik heb zoveel kilometers gemaakt met haar. En niet alleen in het vliegtuig, ook in mijn hoofd.”
De keuze voor het dirigeren
Door de vele reizen en projecten wordt het steeds moeilijker om de balans te vinden tussen musiceren en dirigeren. Hoorn spelen vraagt intensieve training, dirigeren vraagt reizen, studeren en beschikbaarheid. Rolf hakt de knoop door: hij stopt met de hoorn en ook met zijn vaste werk in de amateurmuziek. “Ik wilde niet dat mensen dachten dat ze op me konden bouwen, terwijl ik steeds vaker last minute moest afzeggen.”
Dan breekt Corona uit, waardoor alles stilvalt. Hij heeft het geluk dat hij met Camerata RCO veel kan blijven doen. En hij blijf assistent bij Hannigan, zij maakt in die periode veel video-opnames met grote internationale orkesten. “Het was een spannende tijd want je moest voor iedere reis natuurlijk een test doen. Maar ik heb verschrikkelijk veel geleerd, ook doordat ik veel podiumtijd kreeg."
De magie van het podium
In zijn werk als dirigent speelt verbeelding een grote rol. “Instrumentalisten hebben geen tekst zoals zangers, maar visualiseren helpt.” Om een gevoel te krijgen bij een stuk leest hij boeken over de tijd en cultuur van de componist, hij duikt in de mythologie, de geschiedenis, de literatuur en de beeldende kunst. Soms zo diep dat hij alles van een compositie weet — behalve de noten. “Dan moet ik mezelf weer even terugfluiten.”
Volgens Rolf openbaart de echte magie zich pas tijdens het concert. Repetities zijn er voor administratie, structureren en afstemmen. “Dat merkte ik ook als ik bij grote dirigenten in de zaal zat tijdens het doorspelen. Je denkt: nu ga ik ontdekken hoe ze het doen, dat orkest boven zichzelf laten uitstijgen. Maar het is vaak heel simpel: hier iets zachter, daar een accent, een klein crescendo.” Die bijzondere vonk — dat ongrijpbare moment waarop alles klopt — ontstaat pas op het podium, wanneer sfeer, verbeelding en gezamenlijke energie samenkomen. “Dan kun je spelen met tijd, met spanning, met kleur. Dan gaat iedereen aan en ontstaat de magie.”
Maestro: een onverwachte leerschool
Rolf was in 2026 een van de coaches in het succesvolle tv-programma Maestro. “Ik had wel eens geholpen met de orkestrepetities. En ik ken bijna iedereen uit het orkest want dat zijn allemaal leeftijdsgenoten. Dat was altijd heel gezellig. En toen werd ik gevraagd om coach te zijn.”
Tot zijn eigen verrassing blijkt dat niet alleen leuk, maar ook bijzonder leerzaam. Hij moet voor het eerst aan anderen uitleggen wat hij zelf doet als dirigent. “Kijk, het begint natuurlijk bij de slag, het orkest moet weten wanneer ze moeten beginnen. Maar dat is ook meteen het allermoeilijkst, beginnen. Je moet in één voorbereidende beweging, tempo, dynamiek en karakter aangeven. En dan dacht ik weer terug aan de lessen van Tijmen (Botma). Dat uitleggen aan iemand zonder muzikale achtergrond dwingt je om terug te gaan naar de essentie.”
Hij ontdekt ook dat voordoen niet werkt, kandidaten moeten het zelf voelen. Hij laat ze ademen, bewegen, ervaren. En terwijl hij anderen leert hoe ze overtuigend moeten starten, ontdekt hij ook iets over zichzelf. “Ik realiseerde me dat een orkest vanzelfsprekendheid verwacht. Dat je boven de materie staat. Dat kun je niet faken. Gek genoeg was dat een grote omslag voor mij.”
Dromen en ambities
Rolf is tegenwoordig fulltime freelance dirigent en reist de wereld over om te werken met een grote verscheidenheid aan professionele orkesten. “Ik woon nu in Amsterdam omdat dat vaak handiger is. Maar ik heb nog heel lang in Groningen in gewoond, ook toen ik in Tilburg studeerde, ik houd van deze stad.” Zijn droom? “Over vijf tot tien jaar zou ik graag ergens een vaste aanstelling hebben. En het zou geweldig zijn om zo nu en dan terug te komen naar Groningen om het Noord Nederlands Orkest weer te dirigeren." Hij glimlacht. "Of het conservatoriumorkest natuurlijk. Dat lijkt me helemaal fantastisch.” Daarnaast hoopt hij ooit invloed te kunnen uitoefenen op cultuurbeleid. Muziekonderwijs, amateurverenigingen, toegankelijkheid — het ligt hem na aan het hart.
Als hij terugkijkt op zijn studietijd in Groningen, herinnert hij zich vooral de sfeer. “Het was heel fijn hier. Het was een plek waar je fouten mocht maken, zo veilig voelde het. Dat is ontzettend belangrijk. En de sfeer was geweldig, zoveel gelachen ook.”
Zijn advies aan studenten is even eenvoudig als wezenlijk: zoek de mensen op van wie je kunt leren, en wees niet bang om vragen te stellen aan degenen die weten welke stappen nodig zijn. Hij benadrukt hoe belangrijk het is om de partituur écht te kennen: “De dirigent die op mij het meest indruk maakt, bij wie ik echt denk: wow, dat is altijd degene die de partituur het beste kent.” Ook moedigt hij jonge musici aan om naar het buitenland te gaan als dat is waar hun ontwikkeling hen vraagt te zijn. Maar boven alles waarschuwt hij voor het verliezen van de essentie. Ambitie is prachtig, zegt hij, maar zodra je cynisch wordt omdat iets niet lukt, ben je de kern kwijt. “Het gaat om de muziek. Altijd.”
Feedback component
Hoe tevreden ben jij met de informatie op deze pagina?